Fietshelm

Veilig Verkeer Nederland is voorstander van het vrijwillige gebruik van fietshelmen. Vooral bij jonge kinderen en ouderen kan een helm hoofdletsel voorkomen. Veilig Verkeer Nederland is tegen een wettelijke fietshelmplicht, omdat het positieve effect daarvan, op de langere termijn, niet is aangetoond. Veilig Verkeer Nederland wil de veiligheid van fietsers vergroten, onder andere door het fietsgebruik te bevorderen. Een helmdraagplicht werkt daarbij averechts. Voor het verplicht stellen van een fietshelm bestaat maatschappelijk en politiek geen draagvlak.

 

Bescherming

De beschermende werking van een fietshelm komt voort uit het verminderen van de vertraging van de hersenen bij contact van het hoofd met een hard voorwerp of de grond, het verspreiden van de botsenergie over een groter oppervlak van het hoofd, het absorberen van de botsenergie in de schuimlaag van de helm en het voorkomen van direct contact tussen het hoofd en de grond of een hard voorwerp.

Een fietshelm is vooral effectief bij valpartijen en botsingen met vaste voorwerpen, als de botssnelheid gering is (maximaal 20-25 km/uur). Vooral voor kinderen die in een fietsstoeltje worden vervoerd en voor kinderen die nog niet zo stabiel zelfstandig kunnen fietsen, kan een fietshelm bescherming bieden bij valpartijen en aanrijdingen. Uiteraard moet een helm goed passen en op de juiste wijze gedragen worden.
Bij aanrijdingen met hoge snelheid, bijvoorbeeld met een rijdende auto die 50 km/uur rijdt, biedt ook een fietshelm onvoldoende bescherming. Juist deze ongevallen zijn de oorzaak van de meeste doden en zwaargewonden onder fietsers.
Bij zeer jonge kinderen kan een fietshelm nekproblemen veroorzaken, als het extra gewicht van een fietshelm niet eenvoudig kan worden opgevangen door de nekspieren. Bij schokken en zeer lichte aanrijdingen neemt door het extra gewicht van de helm de kans op nekproblemen bij jonge kinderen toe.

Wie een fietshelm aanschaft, dient te letten op:

  • het CE-merk en de Europese norm EN1078 (volwassenen) of EN 1080 (kinderen);
  • de juiste maat;
  • het gebruik volgens de instructies (niet te los, niet te strak);
  • het gewicht van de helm (bij kleine kinderen kan een te zware helm nekklachten veroorzaken).

Fietsen stimuleren

Uit onderzoek blijkt dat de veiligheid van alle fietsers toeneemt naarmate er meer mensen fietsen. In vergelijking met andere landen is het letselrisico voor fietsers in Nederland zeer klein, ondanks het feit dat weinig Nederlanders een fietshelm dragen. Ervaringen in het buitenland (Australië) tonen aan, dat een helmdraagplicht tot gevolg heeft dat het fietsgebruik afneemt.
Veel nadruk leggen op het gevaar van fietsen kan averechts werken omdat daardoor ouders hun kinderen minder zullen laten fietsen. Terwijl wij juist graag willen dat kinderen veel fietservaring opdoen, omdat er een moment komt dat ze zelfstandig op de fiets grote afstanden moeten gaan afleggen. Dan moeten ze goed voorbereid zijn. Kinderen die in het verleden weinig hebben geoefend (bijvoorbeeld omdat ouders fietsen te gevaarlijk vinden) lopen dan ineens veel meer gevaar in het verkeer.

Dus: VVN is tegen een helmplicht en voor vrijwillig helmgebruik door kinderen die nog in de leerfase zijn. Maar als een helm ertoe leidt dat kinderen minder gaan fietsen span je het paard achter de wagen. Het is dan beter dat kinderen veel fietsen zonder helm dan dat ze overal met de auto naar toe worden gebracht
Het zwaartepunt van onze aandacht dient te blijven op veilige infrastructuur en goed leren fietsen.

Cijfers

Over de effecten van fietshelmgebruik zijn voor de Nederlandse situatie geen cijfers bekend. Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) schat dat het gebruik van een goed passende en goed gedragen fietshelm het risico op hoofdletsel met 10 tot 20% vermindert.

Feiten/cijfers uit het recente rapport van Consument en Veiligheid over aantallen fietsongevallen met hoofdletsel bij kinderen:

  • Bij de huidige Europese norm voldoet de fietshelm bij een eenzijdig fietsongeval, maar niet bij een botsing. Alleen bij een eenzijdig ongeval kan een helm dus verschil maken; de daling van het risico van hoofdletsel wordt geschat op 45%.
  • 1.100 fietsers 0-19 jaar met hoofdletsel ten gevolge van eenzijdig ongeval op de spoed eisende hulp, daarvan 450 0-9 jarigen.
  • 500 fietsers 0-19 jaar met hoofdletsel ten gevolgen van eenzijdig ongeval ziekenhuisopname, daarvan 220 0-9 jarigen. 
  • Dit leidt tot de conclusie van Consument en Veiligheid dat het dragen van een helm voor jonge kinderen (tot 10 jaar) zinvol is. Als alle kinderen tot 10 jaar op een goede manier een helm zouden dragen tijdens het fietsen, zou dit jaarlijks voor behandeling op de spoedeisende hulp een vermindering van 200 slachtoffers als gevolg van een eenzijdig fietsongeval kunnen opleveren, en bij ziekenhuisopnamen een reductie van 100 in die leeftijdscategorie.

Hoe gevaarlijk is fietsen in vergelijking met leven in en rond huis en sport?

Jammer genoeg mist het onderzoeksrapport van Consument en Veiligheid de vergelijking van ongevallen met hoofdletsel ten gevolge van fietsen, met ongevallen met hoofdletsel in ander situaties. Volgens de ‘Factsheet privé-ongevallen 0-18 jaar' op de website van Consument en Veiligheid vinden we bijvoorbeeld in de categorie privé/sport 0-18 jaar:

  • 35.000 behandelingen spoedeisende hulp met hoofdletsel;
  • 4.600 ziekenhuisopnamen met hoofdletsel.

In het licht van deze cijfers is het de vraag of het middel ‘fietshelm' tegen het gevaar van hoofdletsel wel proportioneel is ten opzichte van het gevaar van vallen in het algemeen.

Goede objectieve voorlichting nodig

Over fietshelmen is objectieve voorlichting nodig, die vertelt wanneer (en in welke mate) een helm letsel kan voorkomen en wanneer niet. Daarbij is een objectief beeld van het werkelijke gevaar, relatief ten opzichte van andere gevaren gewenst, de proportionaliteit. Promotie van fietshelmen, ook wanneer je aangeeft dat het met name helpt bij eenzijdige ongevallen, geeft meer dan nodig de suggestie, dat fietsen zonder helm een gevaarlijke bezigheid is, vanwege het gevaar van vallen, terwijl dit een van activiteiten van kinderen is en niet erg uitschiet boven de cijfers van andere bezigheden. Daarnaast kan het voor de integrale gezondheid de jeugd slecht zijn als het stimuleren van helmen als effect heeft dat er minder wordt gefietst. Gebalanceerd onderzoek op het gebied van volksgezondheid lijkt gewenst.

Geraadpleegde bronnen

SWOV factsheet ‘Fietshelmen', augustus 2007
SWOV factsheet ‘Verkeersveiligheid van kinderen in Nederland', februari 2009
Stichting Consument & Veiligheid ‘De fietshelm bij kinderen en jongeren', 2009
Stichting Consument & Veiligheid factsheet privé-ongevallen 0-18 jaar