Levensloopbestendige buurten

Levensloopbestendige buurten dragen bij aan de leefbaarheid en verkeersveiligheid van jong en oud, validen en minder validen.

Daarom moeten zoveel mogelijk buurten levensloopbestendig worden ingericht. Levensloopbestendige buurten bieden kwetsbare kinderen zoveel mogelijk buitenspeelruimte, jongeren veilige schoolroutes, volwassenen veilig verkeer, ouderen veilige mobiliteit en mensen met een functiebeperking verblijfskwaliteit.

Inrichting

De ruimtelijke ordening is van wezenlijk belang om te komen tot levensloopbestendige buurten. Een levensloopbestendige buurt wordt bepaald door:

  • Bescherming: toezicht door volwassen en straatverlichting, verkeersveiligheid;
  • Beloopbaarheid: goede ononderbroken looproutes, goede bestrating, oversteekvoorzieningen (in de vorm van zebrapaden);
  • Fietsbaarheid: goede ononderbroken fietsroutes, dus goede fietspaden of gemengd met andere maar dan met veilige snelheden, oversteekbaarheid;
  • Bewegingsvrijheid: aantallen passerende auto’s, maar ook aantallen geparkeerde auto’s, snelheid;
  • Speelbaarheid: breedte van autovrije stroken, ontmoetingsplekken, informele speelvoorzieningen;
  • Belevingswaarde: inrichting van de woonomgeving, publiek groen;
  • Bewustzijn: het veilige gebruik van de voorzieningen is afhankelijk van het gedrag. Dit begint met het bewustzijn dat het eigen gedrag gevaarlijk kan zijn voor anderen. Vooral voor volwassenen is dit de opgave;
  • Beïnvloeding keuze vervoerswijze: voorrang geven aan veilige en milieuvriendelijke vervoerswijze: fietsen, lopen, openbaar vervoer;
  • Belangenbehartiging: mensen zijn bereid iets te doen voor verkeersveiligheid. Veilig Verkeer Nederland kan daarbij helpen. Hoe? Dat leest u hier.