Oversteekplaatsen voor voetgangers

Oversteken kan gevaarlijk zijn voor voetgangers, omdat ze dan het veilige trottoir moeten verlaten en zich tussen het rijdend (auto)verkeer moeten begeven. Omdat oversteken riskant is, moeten oversteekplaatsen goed worden ontworpen en opvallend zijn. Oversteekvoorzieningen worden daarom bij voorkeur uitgerust met zebramarkering.

Het zebrapad heeft een juridische status: bestuurders zijn daar verplicht voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voor te laten gaan. Het zebrapad vormt een onmisbaar element in looproutes van voetgangers. Het verbindt voetpaden en trottoirs met elkaar. Vooral kwetsbare voetgangers (ouderen, gehandicapten, kinderen) hebben behoefte aan veilige oversteekvoorzieningen.

Vormgeving en locatie

Een goed zebrapad ligt op een logische plek in de looproute. Want hoe meer voetgangers de oversteekplaats gebruiken, hoe groter de opvallendheid en de acceptatie. Ter hoogte van het zebrapad moeten automobilisten snelheid minderen, bijvoorbeeld door een plateau of drempel, eventueel in combinatie met een versmalling of middengeleider. De zebra moet opvallend zijn voor naderend verkeer en moet voldoende uitzicht bieden voor voetgangers en op voetgangers. Er hoeft slechts één rijstrook per rijrichting overgestoken te worden.

Kanalisatiestrepen: schijnveiligheid

Uit onderzoek van Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) blijkt dat zebrapaden veilige oversteekvoorzieningen zijn. Er bestaan ook oversteekplaatsen die gemarkeerd worden door kanalisatiestrepen. Dat zijn strepen aan weerszijden van een oversteekplek. Deze kanalisatiestrepen hebben geen juridische status, ze geven slechts de plek aan waar voetgangers zouden kunnen oversteken. Bestuurders zijn daar niet verplicht voetgangers voor te laten gaan. De onduidelijke status van kanalisatiestrepen veroorzaakt verwarring en dus onveiligheid.

Wettelijke eisen

In artikel 49 lid 2 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV1990) staat de juridische status van het zebrapad (voetgangersoversteekplaats/VOP) genoemd: 'Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan.' In de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) staat omschreven hoe een zebrapad er uit moet zien. Een zebrapad wordt dwars op de weg aangebracht en bestaat uit witte strepen van ten minste vier meter breed. Bij een zebrapad moet altijd het bord L2 geplaatst zijn, behalve als er verkeerslichten aanwezig zijn.

Belangrijke jaartallen

1947: eerste verkeersbrigadiers in Nederland
1949: eerste zebraoversteekplaats in Breda
1957: eerste wettelijke regels rondom zebrapad met knipperbol
1961: uitbreiding regels zebrapaden
1965: inhaalverbod bij zebrapad
1967: verplichting voorzichtig naderen zebrapad
1968: breedte zebrapaden vastgesteld op minimaal vier meter
1968: invoering L2-bord
1991: wettelijke bescherming voetgangers die op het punt staan over te steken op zebrapad
1991: invoering Regeling verkeersbrigadiers
1997: zebrapaden ook toegestaan in 30 km-gebied

Geraadpleegde bronnen

SWOV-Factsheet Oversteekvoorzieningen voor fietsers en voetgangers, januari 2008
SWOV Cognos