Snelheid

Ongeveer een derde van de ongevallen met dodelijke afloop wordt (mede) veroorzaakt door een te hoge of onaangepaste snelheid.

 

Van 50 km/uur naar 30 km/uur

Uit onderzoek blijkt dat er een kwart minder letselongevallen zijn als een 50km/uur-gebied wordt ingericht als een 30 km/uur-gebied. De kans dat een voetganger overlijdt na een botsing met een auto is bij 50 km/u ongeveer 85%, bij 30 km/u is de kans op overlijden afgenomen tot 10%. Bij een snelheid van 15 km/uur (erf) is de overlijdenskans vrijwel nihil. De snelheid van het autoverkeer heeft een aantoonbare negatieve invloed op de verkeersveiligheid, vooral op die van kwetsbare weggebruikers.

Ongeveer 80% van de weglengte binnen de bebouwde kom kan worden gezien als (woon)straat, waar een maximumsnelheid van 30 km/uur wenselijk en mogelijk is. In het belang van de verkeersveiligheid is het dan ook zeer wenselijk dat de algemene snelheidslimiet binnen de bebouwde kom wordt terug-gebracht van 50 km/uur naar 30 km/uur. Het is immers logisch om de algemene regel te laten aansluiten bij hetgeen het meest voorkomt.

Voor ontsluitingswegen, waar de verkeersveiligheid van kwetsbare weggebruikers is gegarandeerd door een gescheiden infrastructuur voor fietsers en voetgangers en veilige oversteekvoorzieningen, kunnen uitzonderingen worden gemaakt van 50km/uur en soms 70 km/uur. (Woon)straten waar veel kinderen spelen kunnen worden aangemerkt als erven (15 km/uur-straten).

Van 80 km/uur naar 60 km/uur

Buiten de bebouwde kom is het wenselijk dat de algemene snelheidslimiet omlaag gaat van 80 km/uur naar 60 km/uur. In de huidige wetgeving is 80 km/uur de algemene snelheidslimiet buiten de bebouwde kom. Pas als de omstandigheden het toelaten is een lagere limiet toegestaan. Veilig Verkeer Nederland vindt dit de omgekeerde wereld. Wij vinden dat een veilige snelheidslimiet het uitgangspunt moet zijn en dat alleen een hogere limiet mag worden ingesteld als de verkeersveiligheid dat toelaat. Dat kan gelden voor provinciale wegen met gescheiden fiets- en bromfietspaden of parallelwegen (daar is 80 km/uur acceptabel) en voor autowegen en autosnelwegen, waar respectievelijk 100 en 130 km/uur de limiet kan zijn.

Op wegen buiten de bebouwde kom, die worden gebruikt door langzaam verkeer en (vracht)auto’s  moet de snelheidslimiet zijn afgestemd op de meest kwetsbare en/of langzaamste weggebruiker. Een limiet van 60 km/uur is dan acceptabel. Een hogere snelheidslimiet is niet veilig. Immers, hoe lager de snelheid en hoe kleiner de onderlinge snelheidsverschillen, hoe geringer de kans op een ongeval en hoe beperkter het letsel als het toch nog mis gaat. Dit past ook bij de principes van het landelijk ver-keersveiligheidsbeleid: Duurzaam Veilig (http://vvn.nl/dossier/duurzaam-veilig) . 

Stopafstand

De stopafstand is opgebouwd uit de reactietijd van de bestuurder en de remweg van het voertuig. De reactietijd van een gemiddelde bestuurder bedraagt 1 à 2 seconden. Dus tussen het ‘zien’ dat er geremd moet worden en het ‘beginnen’ met remmen zit minimaal een tijdsverschil van 1 seconde. De remweg verschilt per (soort) voertuig. De stopafstand in meters wordt bepaald door de afgelegde weg in de reactietijd op te tellen bij de lengte van de remweg. Dus:

REACTIEWEG + REMWEG = STOPAFSTAND

In onderstaand tabel staat de stopafstand (bij benadering) voor een personenauto met remmen met de wettelijke minimale remvertraging van 5,2 m/s2  bij optimale omstandigheden (droog en stroef wegdek).

Snelheid Afstand in reactietijd Remweg Stopafstand
15 km/uur 4 meter 2 meter 6 meter
25 km/uur 7 meter 5 meter 12 meter
30 km/uur 8 meter 7 meter 15 meter
40 km/uur 11 meter 12 meter 23 meter
50 km/uur 14 meter 19 meter 33 meter
60 km/uur 17 meter 27 meter 44 meter
70 km/uur 19,5 meter 36,5 meter 56 meter
80 km/uur 22 meter 48 meter 70 meter
90 km/uur 25 meter 60 meter 85 meter
100 km/uur 28 meter 75 meter 102 meter
120 km/uur 33 meter 107 meter 140 meter
130 km/uur 36 meter 125 meter 161 meter

Deze waarden zijn puur indicatief. Bij ongunstige weer- en wegcondities kunnen de waarden nog hoger zijn, maar ook lager bij auto’s met erg goede remmen.

Belangrijke jaartallen:

1908: voorstel tot verlaging maximumsnelheid automobielen naar 10 km/uur
1956: maximumsnelheid bromfiets naar 40 km/uur (binnen en buiten de bebouwde kom)
1957: maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/uur
1958: maximumsnelheid bromfiets binnen de bebouwde kom naar 30 km/uur
1974: maximumsnelheid buiten de bebouwde kom naar 80 km/uur en 100 km/uur (auto(snel)wegen)
1974: maximumsnelheid vrachtauto’s en personenauto’s met aanhanger naar 80 km/uur
1976: maximumsnelheid snorfiets naar 25 km/uur
1976: invoering woonerf
1983: invoering 30 km/uur regeling
1988: maximumsnelheid autosnelweg van 100 naar 120 km/uur
1999: ISA proef Tilburg
2005: T-100 bus (max. 100 km/uur)
2009: maximumsnelheid gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig op trottoir 6 km/uur
2009: maximumsnelheid personenauto met aanhanger 90 km/uur
2012: maximumsnelheid op autosnelweg van 120 naar 130 km/uur.
2012: maximumsnelheid in erf is 15 km/uur i.p.v. de term stapvoets