Zien en gezien worden

Tips voor motorrijders

Het blijkt dat veel automobilisten motorrijders niet of te laat opmerken. Als motorrijder kun je daarbij helpen door zelf goed zichtbaar te zijn.

  1. Goed op weg: Bij zichtbaarheid denk je meestal als eerste aan de verlichting en reflectie. Toch zijn de positie op de weg en het gedrag in het verkeer de twee belangrijkste factoren die een positieve invloed hebben op de zichtbaarheid van de motorrijder.
  2. Laat je zien: Houd er rekening mee dat andere weggebruikers vaak niet alert zijn op motorrijders. Houd daarom voldoende afstand, pas je rijgedrag aan het overige verkeer aan en minder je snelheid voor kruispunten. Laat zien dat je er bent en wat je van plan bent. Een goede plaats op de weg is van groot belang voor je veiligheid. Het ligt natuurlijk voor de hand dat je voor het andere verkeer slecht zichtbaar bent als je bijvoorbeeld vlak achter een vrachtauto rijdt of als je in de dode hoek rijdt.
  3. Val op: In een zwart pak met een zwarte helm op, val je minder op in het verkeer. Daarom is het aan te raden om kleding met reflecterend materiaal te dragen. Dat geldt ook voor de helm. Een helm in een lichte kleur of met opmerkelijke accenten is een goed herkenningspunt voor andere weggebruikers. Daarnaast zou je kunnen denken aan het aanbrengen van reflecterend materiaal op de motorfiets.
  4. Met licht in zicht: Hoewel het niet verplicht is om overdag licht te voeren, kun je dat beter wel doen. Met dimlicht val je als motorrijder nu eenmaal beter op.

Tips voor automobilisten

Het blijkt dat veel automobilisten motorrijders niet of te laat opmerken. Daarom is het van belang dat u als automobilist goed oplet.

  1. Sneller dan verwacht: Het gewicht van een motorfiets is vele malen lager dan het gewicht van een auto, waardoor een motor sneller accelereert dan een auto. Het is verstandig hiermee rekening te houden, want de motorrijder kan dus, zonder dat hij te snel rijdt, eerder bij u zijn dan u verwacht.
  2. Kijk zorgvuldig: De meest voorkomende oorzaak van aanrijdingen tussen auto's en motoren is dat de afslaande automobilist de motorrijder over het hoofd ziet. De motorrijder denkt: 'Hij heeft me gezien en geeft me wel voorrang'. De automobilist denkt: 'De weg is vrij' en slaat af. Met als resultaat een aanrijding en mogelijk lichamelijk letsel. Houd er altijd rekening mee dat u ook motorrijders kunt tegenkomen en kijk zorgvuldig voor u afslaat.
  3. Let op: Regelmatig gebruik van uw spiegels is een prima hulpmiddel om achteropkomend verkeer op tijd te zien, zoals motorrijders die door de file rijden. Automobilisten die van rijstrook wisselen zonder op het achterliggende verkeer letten, vormen voor motorrijders een gevaar. Kijk altijd vóór het wisselen van rijstrook in de spiegel. Denk daarbij ook aan motoren die - soms in de dode hoek - tussen de file kunnen rijden. Waarschuw het achteropkomend verkeer door richting aan te geven voor u van rijstrook wisselt.
  4. Laat zien wat u van plan bent: Houd voldoende afstand en pas uw snelheid aan het overige verkeer aan. Minder snelheid bij kruispunten waardoor u laat zien dat u er bent en wat u van plan bent. Als u wilt afslaan, kijk dan eerst in uw spiegels of er geen motorrijder naast uw auto rijdt en geef op tijd richting aan.