Snelheid voel je pas als je het ziet
Dat snelheid in het verkeer ertoe doet is duidelijk. Volgens Veilig Verkeer Nederland speelt een te hoge of niet-aangepaste snelheid direct of indirect een rol bij ongeveer één op de drie dodelijke verkeersongevallen. Ook in buurten en woonwijken blijft het een hardnekkig probleem. Uit onderzoek en meldingen bij Veilig Verkeer Nederland blijkt dat te hard rijden in woonwijken nog altijd een van de grootste veiligheidszorgen van bewoners is. ‘Een lagere snelheid leidt tot minder ongevallen én tot minder ernstige gevolgen als het toch misgaat,’ zegt Leo Lamb, beleidsadviseur verkeerskunde en mobiliteit bij Veilig Verkeer Nederland. ‘Dat komt eigenlijk door twee dingen: Je hebt meer tijd om te reageren én de impact van een botsing is kleiner.’ Juist die combinatie maakt volgens hem het verschil. ‘Veel mensen denken alleen aan de remweg, maar vergeten de reactietijd. Terwijl je in die paar tellen óók gewoon doorrijdt.’ Dat is precies wat de VVN Remwegdemo goed laat zien.
Van abstract getal naar echte impact
Tijdens de remwegdemo wordt het verschil tussen 30 en 50 km/uur zichtbaar gemaakt. ‘Bij 50 km/uur is alleen de reactietijd al ongeveer 13 meter,’ legt Leo uit. ‘Dat is ongeveer gelijk aan de totale stopafstand bij 30 km/uur. Dat maakt veel indruk als mensen het voor zich zien gebeuren.’ Volgens Leo zit daar precies de kracht van de demonstratie. ‘Je kunt cijfers opschrijven, maar pas als mensen fysiek zien hoeveel verder een auto doorrijdt, landt het echt.’ De demo wordt ingezet in buurten, rond scholen, voor gemeenten en steeds vaker ook voor bedrijven. Want snelheid en afleiding spelen niet alleen in woonstraten, maar ook bij zakelijk verkeer, servicemonteurs en andere professionele rijders.
30 km/uur als hoofdregel
Veilig Verkeer Nederland pleit ervoor om 30 km/uur vast te leggen als wettelijke hoofdregel binnen de bebouwde kom, tenzij anders aangegeven. Dat sluit aan bij de bredere beweging die in steeds meer gemeenten zichtbaar is: van 50 naar 30 km/uur, juist op plekken waar mensen wonen, lopen, fietsen en oversteken. ‘Eigenlijk is het systeem nu nog omgedraaid,’ zegt Leo. ‘Nu is 50 km/uur vaak nog de standaard en moet je aangeven waar 30 km/uur geldt. Terwijl inmiddels een groot deel van de wegen binnen de bebouwde kom al 30km/uur-wegen zijn. Dan is het logischer om te zeggen: 30 km/uur is de hoofdregel, tenzij anders aangegeven.’ Tegelijkertijd kan de snelheidsverlaging versterkt worden met een passende weginrichting. ‘Als de weg ook daadwerkelijk aanvoelt als een 30km/uur-weg, dan gaan mensen zich daar meer naar gedragen. Daarom kijk je idealiter ook naar hoe een straat is ingericht om invloed uit te oefenen op het rijgedrag.’