Scootmobiel en gehandicaptenvoertuig

Rijbewijs

U hebt geen rijbewijs nodig om een scootmobiel of een gehandicaptenvoertuig te mogen besturen. 

Plaats op de weg

Met een scootmobiel of gehandicaptenvoertuig mag u eigenlijk overal rijden, behalve op de autoweg en autosnelweg. U mag dus op het trottoir of voetpad (bord G7), het fietspad (bord G11), het fiets/bromfietspad (bord G12a), het onverplichte fietspad (bord G13) en op de rijbaan. Kies altijd de veiligste weg.

Maximumsnelheid

De maximumsnelheid is afhankelijk van de plaats op de weg:

  • Op het trottoir of voetpad mag u maximaal 6 km/uur
  • Binnen de bebouwde kom op het (brom)fietspad mag u maximaal 30 km/uur.
  • Buiten de bebouwde kom op het (brom)fietspad mag u maximaal 40 km/uur.
  • Op de rijbaan mag u maximaal 45 km/uur.

In de praktijk ligt de snelheid van een scootmobiel of gehandicaptenvoertuig beduidend lager, eerder zo’n 20 km/uur.

Overige relevante regelgeving

Rijdt u met uw scootmobiel of gehandicaptenvoertuig op het voetpad of trottoir, dan volgt u de regels voor voetgangers, maar u blijft bestuurder. Op het fietspad, fiets/bromfietspad en de rijbaan volgt u de regels voor bestuurders.

Een rollator is geen gehandicaptenvoertuig, maar een hulpmiddel. Met een rollator bent u een voetganger.

Wat vindt Veilig Verkeer Nederland?

De scootmobiel is een vervoermiddel voor mensen met een mobiliteitshandicap. Het is bedoeld voor personen die maximaal honderd meter kunnen lopen. Bestuurders van scootmobielen zijn helaas vaak onvoldoende voorbereid op verkeersdeelname met dit voertuig. De bediening, de zichtbaarheid en de stabiliteit van het voertuig zijn zaken die verbeterd moeten worden om veilige verkeersdeelname van deze kwetsbare groep mensen te verbeteren. Veilig Verkeer Nederland vindt het noodzakelijk dat iedere scootmobielrijder een individuele basistraining volgt. Deze training moet worden gegeven bij het verstrekken van een scootmobiel aan een gebruiker. Daarnaast moet aan de scootmobielrijder de mogelijkheid worden geboden om een opfriscursus te volgen, als na verloop van tijd duidelijk wordt met welke specifieke problemen de rijder in het verkeer te maken krijgt.

De basiscursus en de opfriscursus hebben elk hun eigen functie en doelgroep. Een basiscursus zou verplicht moeten zijn en een opfriscursus optioneel.

Omdat een scootmobiel een gehandicaptenvoertuig is, is Veilig Verkeer Nederland geen voorstander van het verplicht stellen van een rijbewijs voor deze voertuigen. Een rijbewijsplicht kan ertoe leiden dat gehandicapten niet meer in staat zullen zijn om aan het verkeer en het maatschappelijke leven deel te nemen.