Trottoirs

Trottoirs zijn minimaal 2 meter breed

Lopen is de meest elementaire vorm van verplaatsen. Vrijwel iedereen, van jong tot oud doet het. Lopen is bovendien noodzakelijk om van andere vervoersmodaliteiten gebruik te maken. Voetgangersvoorzieningen zijn de haarvaten van ons verkeerssysteem. Bovendien zijn er grote groepen mensen die geen andere vervoermiddelen beschikbaar hebben. Vooral kinderen en ouderen zijn vaak aangewezen op lopen als vervoerwijze.

Omdat ouderen te voet graag gearmd lopen is het noodzakelijk dat trottoirs overal de vereiste breedte hebben. Twee naast elkaar lopende volwassenen hebben ongeveer 1,50 m breedte nodig. Om een tegemoetkomende voetganger nog te kunnen passeren is een breedte van ± 2 m gewenst. Met name in nieuw aan te leggen gebieden is deze breedte het uitgangspunt. In bestaande situaties is dat uiteraard niet altijd mogelijk, maar wel wenselijk. Van de genoemde breedte kan incidenteel worden afgeweken, bijvoorbeeld bij ‘puntvernauwingen' zoals lantaarnpalen of verkeersborden.

Om trottoirs bruikbaar te maken voor rolstoelen, scootmobielen en voetgangers met rollator of kinderwagen sluiten trottoirs op straathoeken en bij andere oversteekpunten op gelijk niveau aan op de rijbaan of worden ze voorzien van op- en afritten.