Voorrang voor voetgangers

Voetgangers op een voorrangsweg moeten, net als bestuurders, voorrang krijgen

Voorrang wordt in Nederland alleen geregeld op plaatsen waar bestuurders die op verschillende wegen rijden elkaar kruisen. Voetgangers hebben geen recht op voorrang.

Bij zebrapaden geldt dat bestuurders voetgangers die willen oversteken voor moeten laten gaan. Ook bij afslaande bestuurders geldt dat deze al het verkeer (dus inclusief voetgangers) dat daar rechtdoor gaat voor moet laten gaan (rechtdoor op dezelfde weg gaat voor). Het informele voorrangsgedrag van veel automobilisten is al zo dat ze ook voorrang geven aan voetgangers die op een voorrangsweg lopen. Uit evaluaties van het jaarlijks gehouden schriftelijke verkeersexamen voor basisschoolkinderen blijkt steeds opnieuw dat kinderen het onderscheid tussen voorrang voor bestuurders en voetgangers niet begrijpen. Want waarom heeft een fietser óp een voorrangsweg wél recht op voorrang en een voetganger op een voorrangsweg niet? Veilig Verkeer Nederland wil deze onduidelijke situatie beëindigen, door ook voetgangers recht op voorrang te geven als ze op een voorrangsweg lopen. Daarvoor zal de betekenis van een aantal verkeersborden en verkeerstekens gewijzigd moeten worden (borden B6 en B7 en haaientanden).

Iets vergelijkbaars doet zich voor bij onverharde wegen. Bestuurders die een onverharde weg verlaten moeten voorrang verlenen aan alle bestuurders op de verharde weg (RVV1990, artikel 15, lid 2). Bestuurders op een onverharde weg hoeven dus geen voorrang te verlenen aan voetgangers op de verharde weg. Dat is een vreemd onderscheid dat volgens Veilig Verkeer Nederland kan verdwijnen, door de tekst van artikel 15, lid 2 aan te passen. Ook in deze situaties is het informele voorrangsgedrag al zo dat ook voetgangers voorrang krijgen. Eventueel kan het verlaten van een onverharde weg worden benoemd als bijzondere manoeuvre, zodat ook dan al het overige verkeer (inclusief voetgangers) voorgelaten moet worden.