Schoolomgeving

De schoolomgeving moet een veilige plek zijn voor kinderen. Ook de route naar school moet veilig zijn. De directe schoolomgeving is bij voorkeur autovrij, en anders autoluw. Vooral rond de tijden dat de school begint en uitgaat moet dit worden nagestreefd.

Op die manier kunnen kinderen zich veilig rond de school bewegen en kunnen kinderen op jongere leeftijd lopend of fietsend naar school. Aan- en afrijdende auto's rondom school en kriskras rond school parkerende auto's zijn dus ongewenst voor een veilige schoolomgeving. Een veilige schoolomgeving stimuleert kinderen om lopend of fietsend naar school te komen.

Tien gouden regels

De Tien Gouden Regels voor een veilige schoolomgeving helpen bij het veiliger maken van de directe schoolomgeving.

  1. De route naar school is veilig: Kinderen moeten veilig van huis naar school kunnen lopen of fietsen. Als ouder help je je kind door deze route met hen te verkennen, de meest veilige route te kiezen en deze, inclusief knelpunten, te oefenen.
     
  2. De straat voor school is veilig: De maximum snelheid bij een school is maximaal 30 km/uur. Tijdens het in- en uitgaan rijdt er zo weinig mogelijk zwaar verkeer langs de school. Verder moet het voor automobilisten duidelijk zijn dat zich in de straat een school bevindt. Dit kan bijvoorbeeld met speciaal meubilair, opvallende wegmarkering of een gekleurd plateau. Spreek met ouders af om de straat waar zich de uitgang(en) van de school bevindt/bevinden te mijden met de auto en hier dus ook niet te parkeren. Auto’s die achteruit rijden of moeten keren, zijn voor kinderen heel gevaarlijk. Vuistregel: 25 meter vóór of na de uitgang staan geen auto’s. Dat is nodig om kinderen vrij uitzicht te geven op de straat en om zelf ook op te vallen voor overig verkeer.
     
  3. Er is een veilige oversteekplaats...: Voorwaarden hiervoor zijn: gemotoriseerd verkeer rijdt met een lage snelheid, de oversteek is niet te breed, of er is een oversteek in twee delen (met midden eiland). Kinderen hebben goed zicht op het naderende verkeer en andersom: automobilisten hebben goed zicht op kinderen die willen oversteken. Dat betekent dus geen geparkeerde auto’s in de buurt van een oversteek.
     
  4. ... en een veilige schooluitgang: Als kinderen na een dag stilzitten uit school komen, willen ze niets liever dan pardoes de straat op rennen. Waar nodig zijn er hekjes op de stoep om dat te voorkomen. Onderzoek ook of er een uitgang op een rustige straat uitkomt. Veel scholen gebruiken niet alle in-/uitgangen die ze hebben.
  5. Gemotoriseerd en langzaam verkeer is zo veel mogelijk gescheiden: Laat kinderen die lopen of fietsen een andere ingang/uitgang gebruiken dan kinderen die met de auto gebracht en gehaald worden. Zo hebben de kinderen geen last van de auto’s.
     
  6. Voor ouders is er voldoende wachtruimte: Er is voldoende ruimte voor wachtende ouders op de stoep en/of op het schoolplein, met een mogelijkheid om te schuilen als het slecht weer is. Dat is een vriendelijk gebaar naar ouders die hun kinderen lopend of met de fiets ophalen. Bovendien wordt hiermee voorkomen dat wachtende ouders de weg en/of de stoep blokkeren.
     
  7. Er zijn fietsenrekken voor de ouders...: Er zijn voldoende goed geplaatste fietsenrekken of -hekjes voor ouders die hun kind komen brengen of halen. Houdt hierbij ook rekening met bakfietsen!

     

  8. ... en voor de kinderen is er een goede fietsenstalling met voldoende rekken: Scholen met te weinig goede fietsenrekken hebben wel eens de regel dat kinderen die dichtbij school wonen, niet op de fiets mogen komen. Een begrijpelijke regel, maar niet als kinderen daardoor dan met de auto worden gebracht en gehaald. Zorg voor stevige fietsenrekken met voldoende ruimte, zodat fietsen niet in elkaar haken. Voor de jonge kinderen is het fijn dat hun fietsjes niet tussen de grote fietsen staan. Als deze kleine fietsjes het dichtst bij de uitgang staan, kunnen hun ouders deze alvast klaarzetten. Dat scheelt een hoop gedoe voor de jonge kinderen (en hun ouders).
     
  9. Parkeervoorzieningen auto's en Kiss and Ride: Ouders die met de auto komen, kunnen best een klein stukje lopen. Zo wordt dicht bij de school niet geparkeerd en blijft het daar autoluw. Bovendien doen kinderen zo toch

    dagelijks verkeerservaring op. Is er een parkeervoorziening in de nabijheid van de schoolingang, laat die dan door team- leden gebruiken. Hun auto’s staan er al als de leerlingen komen en rijden pas weg nadat alle leerlingen vertrokken

    zijn. Worden er kinderen uit de auto gezet, zonder dat ouders mee uitstappen? Zoek dan een veilige Kiss and Ride plek.

    Er is dan veel minder ruimte nodig voor parkeren en je kunt een plek zoeken waar anderen er geen last van hebben. Wel moet de afstand tussen auto en ingang (plein) kort en veilig zijn. De schoolbus krijgt een gereserveerde parkeerplek, waar kinderen veilig naartoe kunnen lopen. Misschien is ook hier een mogelijkheid een andere ingang te gebruiken.

  10. De school heeft een Verkeersouder en een verkeerscommissie:

    Het is belangrijk dat een verkeersouder samen met een groepje betrokken ouders een verkeerswerkgroep vormt die zich speciaal bezighoudt met de verkeersveiligheid rond school. Hun eerste aandacht is er op gericht het te voet en te fiets naar school komen van de kinderen goed

    mogelijk te maken. Met ouders die om allerlei redenen met de auto komen, maak je goede afspraken, die je vastlegt en communiceert.

Flyers over de tien gouden regels kunt u in onze webshop bestellen.

De scholen zijn weer begonnen

Zelfstandig naar school fietsen of lopen is belangrijk voor kinderen. Helaas gaan veel kinderen niet op de fiets of lopend naar school, maar worden ze met de auto gebracht. Door kinderen altijd met de auto te brengen leren ze niet zelf aan het verkeer deel te nemen en bovendien verhoogt veel autoverkeer de onveiligheid rondom school.
Aan het begin van het schooljaar houdt VVN de campagne ‘De scholen zijn weer begonnen'. De campagne is bedoeld om de veiligheid van schoolkinderen onder de aandacht te brengen. Bovendien kan in de campagneperiode (of buiten deze periode) )een actiedag of week worden georganiseerd om ouders en kinderen te stimuleren lopend of fietsend naar school te gaan. Daarnaast grijpen veel scholen deze campagne aan om aandacht te vragen voor de verkeersonveiligheid rondom de school en op de schoolroutes.